6 september 2018

Circulariteit en atletiek: een luchtige reflectie op circulariteit aan de hand van drie anekdotes

Een blog door Lars van der Meulen

Afgelopen zomer verwisselde ik de vakliteratuur voor iets luchtigers: de geschiedenis van de wedstrijdatletiek. Echte ontspanning: wat een waanzinnige verhalen. Met een mengeling van plezier, ongeloof en bewondering las ik over de naïeve heldhaftigheid van de atleten 150 jaar geleden. En toch drong een vergelijking zich aan me op. Wat kan de circulaire wereld leren van die gekke atleten uit vervlogen tijden?

Wil de kapitein Barclay van de circulaire wereld opstaan?

In 1809 ging Kapitein Robert Barclay Allardice een bizarre uitdaging aan: 1000 uur achter elkaar elk uur een mijl lopen[1]. Een onmogelijke opgave, dus dat vroeg om een serieuze voorbereiding. Niet gehinderd door moderne trainingsleer ging Barclay aan de slag. Om het lichaam te reinigen van toxische ballast begon Barclay zijn trainingsperiode met het nemen van braakmiddelen. Daarna brak een periode van obsessief hardlopen aan, waarbij Barclay zich om 4u ’s nachts verplaatste van zijn bed naar zijn hangmat: zo werden de benen en rugspieren losgemaakt voor de ochtendtraining. Die hardlooptraining startte om 6u ’s ochtends. Bij deze trainingen droeg Barclay twee broeken, twee vesten en een jas over elkaar om een ‘stevige transpiratie’ op te wekken. Na de training volgde een half uur massage en een slaapje in een met hete kolen opgewarmd bed, onder een dikke stapel dekens en lakens. Het vochtverlies dat hierdoor ontstond werd aangevuld met een fles stevige likeur. ’s Middags werd er nog meer getraind, nu heuvelop, waarbij Barclay door zijn trainer bekogeld werd met stenen om maar genoeg adrenaline op te wekken. Het dieet van Barclay bestond zowel ’s middags als ‘s avonds uit rode biefstuk, schapenvlees en rauwe eieren, en om het geheel niet te saai te maken, een glas port. Kapitein Barclay viel gedurende de 42 dagen tellende uitdaging 15 kilo af, zijn tijd per mijl nam met 7 minuten toe, maar hij slaagde glansrijk en verdiende een fortuin aan weddenschappen.

Barclay was een doener. Hij liet zich niet weerhouden door de gebrekkige trainingsleer. Ook trapte hij niet in de valkuil van diepgravende theoretische discussies. Met beperkte kennis zette Barclay een prestatie neer waar we anders nog lang op hadden moeten wachten. Hij ging aan de slag en slaagde!

Wat een openbaring zou dat zijn in de circulaire wereld van white-papers, expert-meetings, discussiepanels en intentieverklaringen. Wil de Kapitein Barclay van de circulaire wereld opstaan?

Is de naakte waarheid genoeg?

In 1954 werd Sir Roger Bannister de eerste mens die de mijl onder de 4 minuten liep: een geweldige prestatie. Maar was hij eigenlijk wel de eerste? Van James Parrott werd gezegd dat hij de mijl in 1770 in 4 minuten liep. In 1787 zou een hardloper met de naam Powell de mijl – naakt, zoals toen gebruikelijk was – gelopen hebben in 4:03. Weller zou in 1796 de eerste mijl onder de 4 minuten gelopen hebben: 3:58. En van Jack Lovelock wordt beweerd dat hij is 1930 de mijl al in 3:52 liep. Dr. Etheridge, die volhoudt hem hierbij persoonlijk getimed te hebben, had echter geen ander bewijs dan zijn eigen ooggetuigenverslag.

In de 18de eeuw konden we afstanden al tot op een centimeter nauwkeurig meten en waren de horloge bijna net zo secuur als nu, maar iemand garandeerde dat dat ook gebeurde: reden waarom geen van deze tijden in de annalen van de atletiek zijn opgenomen. En hoewel verschillende historici die deze tijden afdoen als pure nonsens, gaan er stemmen op van statistici dat deze claims misschien niet zover van de waarheid afliggen[2].

Er zijn allerlei claims gedaan. Vaak onzinnig, maar misschien soms wel terecht; wie zal het zeggen? Waar het om gaat: wat niet controleerbaar is wordt niet geaccepteerd. Bannister deed zijn poging op 6 mei 1954, onder het oog van officials en 3000 toeschouwers. Bovendien werd zijn poging live uitgezonden op BBC-radio. Bannister stelde zich vooraf en publiekelijk een doel. Zijn prestatie was controleerbaar, hij kon dus zowel slagen als falen.  

Dit is ruim 60 jaar later nog steeds een eye-opener in een wereld waarin we de meest fantastische claims voorbij zien komen. Elke product is gezond, circulair of duurzaam. Wat zijn jouw doelen en: hoe maak je die controleerbaar?

Niet de veren maar de prestatie

Organisatoren van hardloopwedstrijden bedachten van alles om maar publiek te trekken. Louis Bennett, beter bekend als ‘Deerfoot’, vertrok in 1861 uit een reservaat in Amerika voor een 20 maanden durende hardlooptour door Engeland. Louis Bennett versloeg bijna elke hardloper tegen wie hij het opnam, maar voor de promotors was dat nog niet genoeg: elke vorm van aandacht kon bijdragen. En dus werd Bennett voor de wedstrijden in een gewaad gehuld, zetten ze hem een verentooi op, wikkelden hem in een wolfshuid en deden hem slangenleren schoenen aan zijn voeten. Er werd omgeroepen ‘dat Deerfoot geen Engels sprak en enkel aan zijn conditie was gekomen door te jagen in de velden’. Bennett won veel, maar in de laatste wedstrijd gaf hij op, na twee keer te zijn ingehaald door Jack White en William Lang. Zijn manager was woedend: hoe kon hij zo enorm verliezen? Bennett antwoordde dat hij door het strakke wedstrijdschema simpelweg geen tijd had om te rusten. Hij pakte zijn spullen en ging terug naar Amerika.

Ook in de duurzame wereld houden we ervan te pronken: ‘biobased isolatiemateriaal, hergebruikt tapijt’. En het is ook zo: niet het fundament van het verhaal maar de leuke voorbeelden doen het goed in de media. Zolang het fundament klopt is het fantastisch als we dergelijke voorbeelden kunnen geven. Als we dit ‘vergeten’ stort ons circulaire bouwwerk en imago uiteindelijk als een kaartenhuis in elkaar.

Bennett kwam naar Europa om te laten zijn dat hij de beste loper ter wereld was. Maar de aandacht ging snel naar randzaken als verentooien, schoenen en afkomst. Zo lang Bennett won was dit geen probleem, sterker nog, het droeg alleen maar bij aan de mythevorming. Vanaf het moment dat hij verloor deed de bijzonder aankleding er niet meer toe. Voor hen die bezig zijn met de veren: zorgen we ook dat de kern klopt?

Laten we nog eens aan die oude atleten denken als wij aan de slag gaan met ons project. Wat laten wij achter voor de toekomst?

[1] Inderdaad: dat betekent 6 weken lang elk uur een mijl lopen; ook ’s nachts.

[2] Door prestaties van dezelfde hardlopers over verschillende afstanden, op verschillende data en plaatsen met elkaar te vergelijken kunnen statistici de consistentie aangeven. Bij verschillende atleten uit de 18de eeuw bleken de tijden zo consistent dat de kans op manipulatie bijna werd uitgesloten: de kans dat de ‘foutmarge’ zo consistent is over die verschillende tijden was bijna nihil.