30 maart 2020

Kansen verzilveren voor duurzame woningbouw met de levenscyclus-aanpak

Regelmatig is in het nieuws te lezen: Groot woningtekort in Nederland. Het ministerie van BZK wil tot 2025 zo’n 75.000 woningen per jaar bouwen. Een hele opgave, en dan heb ik het nog niet eens gehad over de renovatieopgave die de komende jaren op de planning staat bij woningbouwcorporaties. Tegelijkertijd is Nederland genoodzaakt om te verduurzamen en daarmee klimaatverandering tegen te gaan. Deze twee doelstellingen lijken soms in strijd met elkaar, maar ik zie hier juíst kansen om duurzame woningbouw realiseren. Ik schrijf mijn blog over een methode om die kansen te verzilveren: de LifeCycleAssessment.

Denken vanuit de levenscyclus

Om duurzaam te kunnen bouwen moeten we anders gaan denken. We zijn gewend om alleen vanuit een kosten- en bouwfase-perspectief te ontwerpen, terwijl we toe moeten naar bouwen vanuit een levenscyclusperspectief. Met dit perspectief bedoelen we: iedere fase die een woning doorloopt, dus: van de winning van grondstoffen tot de verwerking van restmaterialen. Als we, naast de kosten, ook de milieu-impact meewegen voor alle fasen, dan wordt duidelijk waar in de gehele levenscyclus kansen (en oplossingen) voor verduurzaming liggen.  

Een manier om deze analyse te doen is door een LifeCycleAssessment uit te voeren in het ontwerpproces. Dit is een methode die de milieutechnische levenscyclusanalyse (LCA) en de kostentechnische levenscyclusanalyse (LCC of TCO) combineert. Hoewel deze methode nog nauwelijks wordt toegepast in Nederland, wordt het internationaal gezien grootschalig ingezet door architecten en ontwikkelaars. Primum ziet de trend al langer en gelooft in deze methode. Wij pleiten ervoor dat we ook in Nederland veel meer moeten ontwerpen met behulp van deze methode, zodat we kansen écht gaan benutten.

Welke informatie zit er in zo’n LifeCycleAsessment?

Dat zijn onder andere de volgende dingen:

  • De kosten en milieu-impact van de productie en het transport van materialen, inclusief de benodigde manuren;
  • De kosten en milieu-impact van het energieverbruik tijdens installatie en het onderhoud van de bouwdelen, inclusief benodigde werkzaamheden;
  • De kosten en milieu-impact van het energie- en waterverbruik tijdens de exploitatiefase;
  • De kosten en milieu-impact van het energieverbruik tijdens de sloop (of demontage) van het gebouw, inclusief benodigde werkzaamheden;
  • De kosten en milieu-impact van het afvoeren en verwerken (of hergebruik) van de materialen die vrijkomen.

Duurzaam altijd duurder? Echt niet!

Ik merk dat regelmatig verondersteld wordt dat duurzame oplossingen altijd duurder zijn dan een traditionele oplossing. Dit is niet waar. In onderstaande grafiek worden de kosten van verschillende materialen voor wandisolatie met vergelijkbare warmtegeleidingscoëfficient (WGC) vergeleken [1]. De materialen aan de rechterkant zijn hernieuwbare, duurzame varianten, waarvan de milieu-impact in veel gevallen stukken lager is, vergeleken met de traditionele varianten aan de linkerkant.

Een voorbeeld. Wat opvalt is dat de houtvezelplaat een stuk duurder in aanschaf is dan EPS (piepschuim). Ook zijn er meer manuren voor nodig in de bouwfase. Maar over de gehele levenscyclus blijkt de houtvezelplaat goedkoper te zijn. Dit komt omdat EPS in de ‘einde levensduurfase’ duur is, doordat de schroef- en plakconstructie lastig te demonteren is en doordat het restmateriaal meestal verbrand moet worden. Deze grafiek toont aan dat een duurzame keuze in veel gevallen dus zelfs kosten kan besparen.

 

Note: De oplettende lezer zal opmerken dat de exploitatiefase (gebruik en onderhoud) niet in de grafiek is opgenomen. Voor deze materialen an sich geldt dat er geen kosten in gebruik en onderhoud zijn. Daarom is deze fase buiten beschouwing gelaten.

De winst van duurzaamheid, vergeleken met traditionele bouw

Naast inzicht op het niveau van materialen of bouwdelen, is inzicht op gebouwniveau (zoals een woning, flat of utiliteitsgebouw) zeer waardevol. Door een LifeCycleAssessment te gebruiken voor het ontwerp van een gebouw, wordt het mogelijk om het optimale gebouw op gebied van kosten én duurzaamheid te ontwerpen. De voordelen van een duurzame variant van een woning worden ook inzichtelijk, omdat resultaten vergeleken kunnen worden met een traditionele variant.

Een voorbeeld. In de grafiek hiernaast staan gegevens van een meergezinshuis in Salzburg, op basis van een onderzoek van de Technische Universiteit München [2]. Hierbij is houtbouw vergeleken met traditionele bouw (beton en steen). Een bewijs dat de duurzame variant in dit geval goedkoper is én een veel lagere CO2-footprint heeft.

Duurzame woningbouw in Nederland!

Dus, wanneer wij in Nederland de enorme woningbouwopgave aanvliegen vanuit een levenscyclusbenadering, liggen er kansen om kostenefficiënt duurzame woningen te bouwen.  LifeCycleAssessments helpen om aantoonbaar bij te dragen aan een circulaire economie en klimaatverandering tegen te gaan. Door deze methode te gebruiken, worden dus meerdere woningbouw- en klimaatdoelstellingen gezamenlijk aangepakt.

Primum werkt met internationaal geaccepteerde tools en beschikt over de expertise om LifeCycleAssessments van gebouwen uit te voeren. Maar wij bouwen zelf geen gebouwen. Om echt een verschil te kunnen maken is het belangrijk om onze kennis samen te voegen met de kennis en expertise van andere partijen. Wij nodigen partijen, zoals vastgoedbezitters en projectontwikkelaars, bij dezen uit om met ons de woningbouwopgave aan te pakken en tegelijkertijd bij te dragen aan de klimaatdoelen.

Is jouw organisatie misschien één van deze andere partijen of wil je meer weten over LifeCycleAssessments? Neem dan contact met ons op en we vertellen je graag meer!


[1] Atlas recycling (2018), Detail.


[2] Bauen mit Holz –Wege in die Zukunft (2011), Hermann Kaufmann, Winfried Nerdinger & Martin Kühfuss.