11 juni 2021

Wat we leerden van het maken van een materialenpaspoort voor de producten van PlasticRoad

PlasticRoad biedt innovatieve wegconstructies van gerecycled kunststof: de CCL-serie. Het concept combineert oplossingen voor plastic afval, CO₂-uitstoot, wateroverlast in stedelijk gebied en slappe bodems in één constructie. De lichte en prefab wegelementen zijn multifunctioneel: van waterberging, tot monitoring en andere slimme toepassingen. PlasticRoad heeft Primum gevraagd om de CCL-elementen vast te leggen in een Madaster materialenpaspoort. Het is namelijk een nieuw soort wegconstructie die opdrachtgevers nog niet kennen. Onafhankelijke validatie door middel van een materialenpaspoort ondersteunt opdrachtgevers in het begrip, de waardering en de toepasbaarheid van de producten. Daarnaast geeft het materialenpaspoort inzicht in de mate van circulariteit. Het kwantificeren van circulariteit is een zeer belangrijk aspect voor PlasticRoad. In deze blog vertel ik je graag over wat we leerden van dit traject.

Een infra-object in Madaster?

Madaster is ontwikkeld voor gebouwen. De producten van PlasticRoad zijn oplossingen voor de infrastructuur. Het was nodig een tweetal aanpassingen te doen om de CCL-elementen  van PlasticRoad functioneel in Madaster te krijgen. Allereerst, werken met een aangepaste indeling van ‘bouwwerklagen’. Ten tweede is het nodig om het juiste referentie object te kiezen, met bijbehorende levensduur. Oftewel, het standaard alternatief, dat in dit geval een geasfalteerd fietspad is. Hieronder lichten de aanpassingen kort toe.

1. De bouwwerklagen van een infra-object

Madaster hanteert de zogeheten ‘Layers van Brand’, ontwikkeld door Stewart Brand (1994). Zie onderstaande figuur. Deze lagen, die wij ‘bouwwerklagen’ noemen, hebben vergelijkbare levensduren. De 8 lagen zijn: spullen, ruimte-indeling, installaties, constructies, afwerking/schil, terrein.  In een later stadium zijn nog twee extra lagen toegevoegd: sociaal en omgeving.

Lagen van een bouwwerk volgens Brand en Schmidt

Dit model werkt voor een gebouw, maar is minder goed toepasbaar voor een infra object. CB’23 heeft in de leidraad ‘Meten van Circulariteit versie 2.0’ opgenomen om infra objecten onder te verdelen in de Layers van Brand, zie onderstaande tabel.

Bouwwerklagen in de B&U- en de GWW-sector

Voor PlasticRoad zijn de lagen ‘Constructie’ en ‘Afwerking/schil’ relevant. De materialen die in de CCL-elementen gebruikt worden, hebben we in het materialenpaspoort verdeeld over deze twee lagen. De andere lagen zijn niet van toepassing. Door deze toepassing, ontstaat nu een logische indeling in het Madaster materialenpaspoort.

1.     Kies een logisch referentie-object met bijbehorende levensduur

Een belangrijk onderdeel van het materialenpaspoort is de circulariteitsindex (CI. Dit is de circulaire score van het object, uitgedrukt in een percentage. De Madaster circulariteitsindex (CI) beoordeelt circulaire waarden in drie verschillende levensfasen van de CCL-elementen:

  1. Constructiefase: de verhouding tussen “nieuwe grondstoffen” en “gerecyclede, hergebruikte of hernieuwbare” grondstoffen. Als alleen secundaire (recyclede of hergebruikte) materialen worden toegepast, geeft dit een score van 100%.  
  2. Gebruiksfase: de functionele levensduur van de gebruikte producten ten opzichte van de gemiddelde levensduur van vergelijkbare producten. Als de functionele levensduur hoger is dan de gemiddelde levensduur van vergelijkbare producten, wordt de score hoger. 
  3. Einde-levensduurfase: deze waarde gaat over de verhouding tussen “recycling” en “hergebruik” van materialen in vergelijking tot “stort” en “verbranding” van materialen en producten, die vrijkomen bij een verbouwing of sloop van een object. Het doel is om zo veel mogelijk herbruikbare producten toe te passen. Als alle materialen bij einde levensduur  herbruikbaar zijn, geeft dit een score van 100%.

We leerden dat ‘Circulariteit in de gebruiksfase’ speciale aandacht verdiende. Normaal gesproken wordt de beoogde levensduur van het gebouw vergeleken met de standaard levensduur voor de verschillende gebouwlagen. Maar de elementen van PlasticRoad zijn niet te vergelijken met een standaard gebouw. Daarom is gekozen voor een ander referentie object, namelijk een fietspad van asfalt. Voor het geasfalteerde fietspad bepaalden we eerst per onderdeel wat de gemiddelde standaard levensduur is. Hierna konden we de vergelijking maken met de levensduren van de onderdelen van de CCL-elementen.

Resultaat: een representatief Madaster materialenpaspoort voor PlasticRoad

Door het toevoegen van circulariteitsinformatie over de materialen, het kiezen van het juiste referentie object met de juiste bijbehorende levensduren en door de juiste verdeling in ‘bouwwerklagen’,  is een goed en representatief Madaster materialenpaspoort opgeleverd voor  PlasticRoad.