13 januari 2017

Ongelukkig in een duurzame wereld?

Pleidooi voor inspiratie in plaats van consensus-MVO

De Amerikaanse schrijver J.D. Salinger (1919 - 2010) weigerde nog te publiceren in de tweede helft van zijn schrijversleven. Hij was de discussie beu over wat hij zag als randzaken van zijn werk: thema, motieven, diepere betekenissen. Publiceren om de hokjesgeest van deskundigen tevreden te stellen: daar paste hij voor.

Weinig dingen zijn triester dan wanneer kunstenaars of vaklieden het enthousiasme voor hun vak verliezen. Maar het dreigt ons ook te gebeuren in de duurzaamheidswereld. En anders dan Salinger kunnen wij ons werk niet postuum uitgeven...

Ik zie bij CSR-managers dat het vuur dooft omdat ze bezig zijn met weinig inspirerende aspecten van het vak; de regels die je kan afvinken om een certificaat te halen. Zo verandert duurzaamheid in een formule, een corset van eisen. Iets waarover je het roerend eens kan zijn, zonder dat het iemand nog inspireert, zonder dat je daadwerkelijk iets bijdraagt. Noem het consensus-MVO.

Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Duurzaamheid is een vakgebied om mensen gelukkig te maken. Als iets ons zou moeten inspireren is het dat toch?

Voor sommige lezers wil ik nu even een pas op de plaats maken. Duurzaamheid, zeggen zij misschien, draait toch niet om mensen of geluk? Het draait toch om de gezondheid van de planeet? Dat is toch een misverstand. Volgens de algemeen geaccepteerde definitie van duurzaamheid (Brundtland, 1987) staat het toekomstige welzijn van de mens centraal. Een gezond ecosysteem is strikt genomen een middel, geen doel.

Ongelukkig in een duurzame wereld?

Terug naar de frustratie bij overleggen over duurzaamheid. CSR-managers roepen wat opdrachtgevers fout doen. Opdrachtgevers spreken ons weer aan op ons gebrek aan innovatie. Waarop wij zuinigjes naar de eisen van de aanbesteding wijzen. Iedereen discussieert eindeloos over de details.

Al deze overleggen brengen ons niet verder. Ze gaan over vijfjarenplannen en percentages, terwijl ze zouden moeten gaan over menselijke beleving, over inspiratie. Over alles wat wij in huis hebben om de wereld te veranderen.

Zo ontstaat het gevaar dat we straks ongelukkig zijn in een ‘duurzame’ wereld. Dat gebeurt als we de menselijke beleving niet meewegen in de maatstaf van duurzaamheid. Maar een duurzame wijk is niet perse een wijk waar mensen gezonder zijn en zich veilig en op hun gemak voelen. Lagere criminaliteitscijfers in een parkeergarage zorgen niet automatisch voor een veilig gevoel bij de gebruikers.

Van output naar outcome

We moeten onze aandacht dus verplaatsen van output naar outcome. Output is wat je meet aan de schoorsteen. Outcome is het welzijn dat je meet bij de mens. Wat telt voor de outcome is niet de hoeveelheid fijnstofuitstoot, maar gezonde longen. Niet of iemand werk heeft, maar dat hij of zij voldoening haalt uit zijn daginvulling. Deze outcome is de maatstaf waarom het zou moeten draaien. Helaas wordt deze systematiek nu nog vooral gebruikt in de academische wereld.

Laat ik een voorbeeld geven, een bouwproject van VolkerWessels. Een eis in een uitvraag was minder logistieke bewegingen en hinder in de binnenstad. Wij gingen echter een stap verder. Bij de BouwHub die wij aanlegden buiten het centrum, meten we naast de output inmiddels ook de outcome. Bovendien kunnen alle projecten in de omgeving gebruik maken van de hub.

De BouwHub leverde een besparing op van 70 procent aan binnenstedelijke transportbewegingen - en een evenredige beperking van hinder en uitstoot van fijnstof. Dit effect is gemeten door TNO. We onderzoeken nu de outcome hiervan: leidt dit bijvoorbeeld tot stressreductie?

Inmiddels mogen we door bewezen reductie van hinder al gebruik maken van de busbaan van de stad, dit mocht in eerste instantie niet. Door met een oplossing te komen die veel verder ging dan de uitvraag, zorgden we voor een aanpassing van de regels die niet voorzien was in de uitvraag.

Uit het keurslijf

Hoe bevrijden opdrachtgevers zich uit het keurslijf van weinig opwindende regels? Door inspirerende oplossingen leidend te laten zijn bij de uitvraag. Met andere woorden: opdrachtgevers moeten zoeken naar een manier om regelgeving op oplossingen te baseren - in plaats van te mikken op een oplossing die binnen de regelgeving past.

Dat betekent dat wij - bouwbedrijven en met name hun CSR managers - op onze beurt verder moeten kijken dan de uitvraag. We moeten ons laten leiden door wat we allemaal kunnen. Hoe we de wereld kunnen veranderen. Waar we trots op zijn.

We moeten onze klanten laten zien wat ze mislopen bij de huidige op output gerichte uitvraag. We moeten hen sturen naar outcome. Van een maatregel die valt binnen consensus-MVO naar een maatregel die de levenskwaliteit verbetert van mensen die ergens wonen, werken, of gewoon langslopen.