21 december 2017

Science of happiness: wetenschappelijke benadering van geluk?

Dit weekend las ik het boek 'Sapiens - Een kleine geschiedenis van de mensheid' van historicus Dr. Yuval Noah Harari uit. Op de achterkaft lees ik: "1.000.000 jaar geleden bevolkten minstens 6 menselijke soorten de aarde. Vandaag is er nog maar 1." en ook "Full of shocking and wondrous stories - Sunday Times".  Ik verwachte dus eingelijk een Game of Thrones-achtig verhaal over hoe de Neaderthalers, homo erectus en homo sapiens de strijd om biologische dominantie aangingen, waar er uiteindelijk één zou overblijven als last man standing die de wereld overneemt.

Ik was blij verrast toen ik bij de conclusie van het boek aankwam, waarin Dr. Harari de volgende vraag centraal stelt 'Are we happier?'. Heeft al die technologische, sociale en economische ontwikkeling van de voorgaande 70.000 jaar mensheid ertoe geleid dat we gelukkiger zijn dan daarvoor? Want wat is anders het nut van de uitvinding van landbouw, muntgeld, schrijven of wetenschap, als deze niet bijdragen aan meer levenskwaliteit?

 

The science of happiness

Historici stellen zelden deze vraag, maar het is juist de belangrijkste vraag om te stellen, volgens Dr. Harari. Het is daarvoor niet voldoende om alleen naar onze vooruitgang te kijken, bijvoorbeeld op het gebied van wetenschap, maar om te bepalen hoe dit menselijk geluk beïnvloedt. En volgens Dr. Harari gaat dit verder dan alleen materiële zaken als gezondheid, voeding en welvaart. Filosofen denken al eeuwen na over geluk, en veel van hen zijn tot de conclusie gekomen dat sociale, ethische en spirituele factoren minstens net zo'n grote invloed hebben op hoe gelukkig wij zijn.

Er is duidelijk groeiende interesse vanuit de wetenschap voor dit soort vragen. Zo was er vorige week in de Volkskrant te lezen dat we in Nederland gelukkiger zijn dan 25 jaar geleden. De objectieve kwaliteit van leven is volgens het Sociaal Cultureel Planbureau toegenomen: we leven langer, de criminaliteit neemt af en we zijn (weer) optimistisch over de economie. Het SCP gebruikt verschillende meetmethoden op verschillende domeinen om tot deze conclusie te komen: objectieve feiten over levensverwachting en criminaliteit, maar ook subjectieve methoden die uitgaan van de subjectieve mening van Nederlanders.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

 

 

Counting happiness

De wetenschap is er in het algemeen over eens dat om geluk meetbaar te maken, we subjectief welzijn moeten meten. En daar zit meteen de moeilijkheid: hoe kunnen we extern en objectief iets meten wat we intern voelen? Vaak worden hier vragenlijsten voor gebruikt, die vervolgens worden gekoppeld aan objectieve factoren. Zo is met deze methode bijvoorbeeld aangetoond dat geld gelukkig maakt, maar tot een zeker punt; boven een bepaald inkomen is de toegevoegde waarde van extra geld minimaal. Tegelijkertijd is ook aangetoond dat ziekte op de korte termijn een negatief effect heeft, maar op de lange termijn alleen maar als de toestand van de patiënt continu verslechterd of als er sprake is van voortdurende, invaliderende pijn.

 

Wat geeft de doorslag?

Familie en gemeenschap lijken een veel grotere invloed te hebben dan geld of gezondheid. Maar wat volgens Dr. Harari de doorslag geeft is tevredenheid: komen de objectieve omstandigheden overeen met mijn subjectieve verwachtingen? Dit is zo sterk dat we vaak dingen doen die biologisch gezien niet tot genot of vreugde leiden, zoals jarenlang luiers verschonen of nachten wakker blijven om baby's op te voeden, simpelweg om dat we die zo belangrijk vinden. Hiermee legt hij meteen ook de paradox bloot: hoe hard we ook proberen om ons in te leven in de subjectieve verwachtingen van een ander, dit is altijd gekleurd door onze eigen filter van normen, waarden en ervaringen. Het is afhankelijk van de betekenis die we een ervaring of handeling geven.

Wat ik hier voor mezelf uit meenmeen, is dat we dus moeten erkennen dat er geen objectieve 'science of happiness' bestaat. Waar het om gaat is om echt te willen begrijpen hoe anderen dingen beleven en waarom zij dingen belangrijk vinden, omdat dit waarschijnlijk anders is dan bij jouzelf. Een papieren vragenlijst hiervoor is niet voldoende. Dit vraagt om inlevingsvermogen, een open houding en een gezamenlijke aanpak, in plaats van enkel een drive om alles te kwantificeren en te meten. Wat het oplevert is een gezamenlijk begrip van de verscheidenheid van alles wat zin geeft aan ons leven. Dit zijn wat mij betreft dan ook basisvoorwaarden voor hoe we samen zouden moeten werken naar de toekomst toe, om uiteindelijk bij te kunnen dragen aan een betere levenskwaliteit voor homo sapiens.